2. Woord vooraf

Vaak, als ik op mijn praatstoel zat en vertelde over mijn belevenissen op de vaart, werd me gezegd: 'Je moet al die verhalen eens op papier zetten'. Eigenlijk was ik dat al steeds van plan, maar het kwam er nooit van. Totdat ik in 'Voeksnieuws' een oproep van Jan Aartsen las, waarin hij oud-collega's vroeg hem waar gebeurde spectaculaire, avontuurlijke, ongerijmde en andere gebeurtenissen die men op de Shellvloot heeft beleefd, te laten weten. Eén en ander als bijdragen voor een door hem samen te stellen boekwerkje waarin hij de 'rauwe werkelijkheid' van varen bij de Shell wilde weergeven. Zijn oproep was nét het duwtje dat ik nodig had en ik schreef hem wat ik beleefde op de Rufina, een 4.000-tons tanker die tussen Curaçao en het Meer van Maracaïbo pendelde. Opmerkelijk is, dat de ex-stuurman deze belevenissen heeft opgepakt om er een apart boek over te schrijven. Met als titel 'De laatste reis van de Rufina', heeft hij een door mij meegemaakte scheepsramp beschreven die officieel nooit heeft plaatsgevonden. Ondanks de omvang en het menselijk leed dat deze ramp meebracht, is de schrijver na intensief speurwerk tot de conclusie gekomen, dat dit gruwelijk voorval door alle officiële instanties in de doofpot is gestopt. Waarom? Mij heeft deze vraag nooit bezig gehouden. Voor mij is het een gebeurtenis geweest die ik als opstapje heb gebruikt om de herinneringen aan mijn leven op zee vast te leggen.

Wat ik meemaakte op de Rufina speelde zich af halverwege mijn zeemansloopbaan. Zowel vóór als ná de avonturen met dit schip, heb ik echter ook het een en ander beleefd dat de moeite van het vertellen waard is. Daarbij zat ik met de vraag waarmee te beginnen. Het leek mij het beste eerst een paar jeugdherinneringen op te halen, omdat in deze periode van mijn leven enkele gebeurtenissen bepalend zijn geweest dat ik voor het zeemansberoep koos. Voor de verhalen over mijn belevenissen op zee, besloot ik mijn monsterboekje als leidraad te gebruiken. In dit zeemansboekje staan alle schepen vermeld waarop ik heb gevaren, alsook de tijdstippen waarop ik aan- en afmonsterde. Door gebruik te maken van deze gegevens, was ik niet alleen in staat enige volgorde in mijn verhalen te brengen, het had ook als voordeel dat er bij het lezen van de scheepsnamen allerlei situaties aan mijn geestesoog voorbijtrokken waar ik anders misschien niet aan gedacht zou hebben. Ik hoop dat al mijn geschrijf niet voor niets is geweest. Zélf heb ik met heel veel plezier de waar gebeurde verhalen boven (zee)water gehaald en ik zou het leuk vinden als ze met even veel plezier gelezen worden.

Schagerbrug, november 1999

Inhoudsopgave