Vertelde ik eerder dat het varen op een moderne tanker ook nadelen had, ergens tussen Kaap Finisterre en Land's End gebeurde er iets, dat die nadelen enorm zou compenseren. Ik kreeg bericht dat Neeltje een reis zou meevaren! En niet een kustreisje van een paar dagen, maar een reis van Liverpool naar de Perzische Golf en dus zouden we minimaal een maand in elkaars gezelschap zijn. Een machtig vooruitzicht en het behoeft geen uitleg hoe we er allebei verlangend naar uitkeken. Een probleem was dat de kinderen gedurende die tijd een goed tehuis moesten hebben, maar dat werd opgelost door een meelevende oma 'Franeker' en tante Annie, die zich met liefde over het kroost wilden ontfermen.

Schrijver Neeltje en het Zwitserlevengevoel
Eind februari 1962 stapte Neeltje in Liverpool aan boord en werd als schrijver op de monsterrol geplaatst. Samen met de echtgenote van een collega 3e wtk. Dat de dames hun 'beroep' niet hoefden uit te oefenen, heb ik al eens verteld. Zelfs van wat huishoudelijk werk, zoals bedden opmaken en hut schoonhouden, waren ze vrij. Dat werd door de Chinese hutbediende gedaan, die ook nog de was van de dagelijkse verschoning verzorgde. Met elke dag genieten van een uitstekend natje en droogje, zonder er iets voor te hoeven doen en als een toetje alle dagen je man in de buurt, was er reden genoeg om een 'Zwitserleven gevoel' te hebben. Tot op de dag van vandaag zal Neeltje dat dan ook nog steeds beamen.
Bij vertrek uit Liverpool, had de mens weer eens gewikt en de Shell beschikt. De orders werden weer eens veranderd. In plaats van koers te zetten naar de Perzische Golf, moest de steven gericht worden op Punta Cardon in Venezuela. Ergens wel jammer, want Neeltje zou daardoor niets te zien krijgen van wat ik allemaal op mijn eerste reis op de Murena naar de PG had gezien. Hoe leuk zou het zijn geweest als zij op haar 'maidentrip' hetzelfde had ervaren. In ieder geval meer dan nu, want naar Punta Cardon betekende de Atlantische Oceaan oversteken, met meer dan veertien dagen lang uitzicht op alleen maar water en lucht. Een eentonige bedoening. Maar aan de andere kant, samen hadden we een wereldtijd. Vooral ook, omdat ik geen wachten hoefde te lopen en we 's middags na vijf uur alle tijd voor elkaar hadden en daar volop van genoten. Maar ook elke dag met een paar collega's een borreltje voor eten doen en 's avonds sjoelen in de eetsalon. (Wie dan ook vaak mee deed, was.... Dolle Dries! Inmiddels 1e stuurman en nog even gek). Is sjoelen sowieso leuk om te doen, aan boord, bij een ruwe zee, was het extra geinig. Bij een haal van het schip wachten tot de schijven teruggleden, om dan bij de volgende haal, als de schijven weer naar de poortjes toegleden, proberen zoveel mogelijk punten te scoren. Het sjoelen ging ook nog ergens om. De winnaar was verplicht een rondje te geven.
Ha, ha, look see, thild engineel seasick, wifoe no seasick
Bij het vertrek uit Liverpool was het behoorlijk koud geweest en een aantal dagen erna ook nog, maar ter hoogte van de Azoren werd het al prettig warm. Ook het zeewater was lekker op temperatuur, dus alle reden om het zwembad vol te pompen. Vooral samen met de sparks, met wie ze het goed kon vinden, vermaakte Neeltje zich uren in het zwembad, lol hebbend in de golfslag in het bad door de bewegingen van de Zafra. Bij stormweer, wat ze ook meemaakte, vond ze het prachtig op de brug te vertoeven of, in de hut zittend, door de patrijspoorten beurtelings tegen een muur van water aan te kijken en dan weer tegen een grauwe lucht. 's Ochtends bij het ontbijt leedvermaak om mij, omdat ik me, alleen al door de lucht van fried kipper en andere gebakken 'heerlijkheden', katterig voelde en zij kiplekker lekker zat te schransen. Tot vermaak van mijn Chinese hutbediende: "Ha, ha, look see, thild engineel seasick, wifoe no seasick".
In Punta Cardon kon ik niet de wal op. Werk aan de winkel in de machinekamer. Samen even vaste grond onder de voeten voelen ging dus niet, maar de sparks nam de honneurs voor me waar en liet Neeltje een paar uurtjes Venezulaanse lucht opsnuiven. Ook niet meer dan dat, want Punta Cardon was zo'n oliehaven waar totaal niets te beleven viel. Een kale boel, zonder ook maar de minste mogelijkheid voor een beetje vertier. Zelfs geen winkeltje te vinden. Nog erger dan de plaatsen aan het Meer van Maracaïbo, waarover ik vertelde tijdens mijn CSM-tijd.
Na Punta Cardon kregen we orders voor Pernis. Hoe verheugd zou ik op zo'n order hebben gereageerd als Neeltje niet aan boord was geweest! Maar nu betekende het, dat ik over een paar weken weer afscheid van haar moest nemen. Geen prettig vooruitzicht. Maar daar stond tegenover, dat tegen de tijd dat we weer in Holland zouden zijn, we toch maar mooi vijf weken bij elkaar waren geweest. Een schitterende tijd, waar we lang op konden teren. Hoelang, zal weldra blijken.

De Atlantische Oceaan in omgekeerde richting overstekend, heb ik misschien wel stiekem een paar keer gehoopt op een orderverandering waardoor Neeltje langer aan boord kon blijven, maar dat was irreëel. Het grapje op de vloot over een meevarende moeder die een oma bereid had gevonden om een poosje op de kinderen passen, maar die door orderveranderingen zolang wegbleef dat oma weer moeder werd en de kinderen niet geloofden dat hun echte moeder was teruggekeerd, mocht Neeltje natuurlijk niet gebeuren.
En dat gebeurde ook niet, want zonder de koers te hoeven verleggen naar een andere haven, bleef de steven van de Zafra op Pernis gericht. Eenmaal daar voor de kant liggend, namen we voor de zoveelste keer weer eens afscheid. Neeltje ging richting Rijswijk, naar de kinderen. Amper een dag later koos ik weer zee, met plezier terugdenkend aan de voorbije weken. Maar ook met gemengde gevoelens dat het weer maanden kon duren voordat er een weerzien zou zijn. Na de geboorte van de tweeling had het afscheid al meer bij me teweeggebracht dan ik eigenlijk wilde en nu in Pernis, kwam dat dubbel op me af. Weer kwam die tweestrijd om de hoek kijken verknocht te zijn aan het zeemansleven en het thuis willen zijn.